Natuurlijke koudemiddelen minder duurzaam dan gedacht

Natuurlijke koudemiddelen minder duurzaam dan gedacht
9 mei 2011

Energieverbruik weegt zwaar mee bij impact op het milieu

Alblasserdam, 9 mei 2011 – Bij de afweging tussen natuurlijke of chemische koudemiddelen, kiezen organisaties vaak voor de natuurlijke vorm. Reden hiervoor is dat natuurlijke koudemiddelen beter voor het milieu zouden zijn. ‘Dit is een groot misverstand, aldus Martijn van Leerdam van Alklima.

 

Wie alleen op de naamgeving afgaat, is geneigd te kiezen voor natuurlijke koudemiddelen zoals CO2 of water. Chemische koudemiddelen hebben van oudsher namelijk een slecht imago, onder andere doordat deze vroeger de ozonlaag aantastten. Maar de praktijk wijst uit dat de huidige, chemische koudemiddelen vaak beter zijn voor het milieu. Volgens Martijn van Leerdam, senior consultant bij Alklima, moeten organisaties bij de keuze niet alleen maar kijken naar de gevolgen van lekkage van chemische koudemiddelen uit een gesloten systeem. ‘Zij moeten hun keuze ook baseren op het rendement van koudemiddelen.’

Total impact op opwarming van aarde

Bij de afweging van het koudemiddel is het Total Equivalent Warming Impact (TEWI) van belang. Hierbij wordt gekeken naar de totale impact van het koudemiddel op de opwarming van de aarde tijdens de levensduur van de installatie. Het lekpercentage maakt hier onderdeel vanuit. Op het moment dat de koudemiddelen ontsnappen, dragen natuurlijke koudemiddelen niet bij aan het broeikaseffect. Bij chemische koudemiddelen is dit wel het geval; de bijdrage aan het broeikaseffect als gevolg van lekkage in een installatie met chemische koudemiddelen bedraagt slechts zes procent. De resterende 94 procent wordt bepaald door het energieverbruik (CO2-uistoot van de elektriciteistcentrale). ‘En hier scoren chemische koudemiddelen veel  beter, doordat ze een hoog energetisch rendement hebben’, aldus Van Leerdam.

Weging in BREEAM

Om de duurzaamheid van gebouwen meet- en aantoonbaar te maken, zijn diverse labels en certificaten ontwikkeld. Eén van de meest prominente en strenge labeling is de BREEAM (De British Research Establishment Environmental Assessment Method). BREEAM maakt gebruik van acht verschillende categorieën die voor een bepaald percentage in de score meetellen. De meest zwaarwegende categorie is energieverbruik, dat voor negentien procent de labeling bepaalt. Ook milieuvervuiling is een van de categorieën, dat voor tien procent meeweegt bij BREEAM.

Consequenties voor BREEAM

In de praktijk betekent dit volgens Martijn van Leerdam dat een gebouw waarin een warmtepomp de verwarming en koeling verzorgt, bij de BREEAM-labeling in de categorie vervuiling iets minder goed scoort door de aanwezigheid van chemische koudemiddelen. ‘Maar door de hogere prestatie van de warmtepomp op energiegebied, ten opzichte van bijvoorbeeld een HR-ketel en een watergevoerde koelinstallatie, zal het gebouw in de categorie energie veel beter scoren. In de totale BREEAM-labeling zal de hogere score op energie de iets mindere score op vervuiling ruimschoots compenseren, wat uiteindelijk tot een hoger BREEAM-label leidt.’

Chemische versus natuurlijke koudemiddelen

‘Natuurlijk koudemiddelen hebben een groener imago gekregen dan op dit moment terecht is’, zegt Van Leerdam. ‘Maar als organisaties ook het energieverbruik in ogenschouw nemen, zullen zij ervaren dat zij niet alleen beter scoren met duurzaam ondernemen. Zij kunnen met chemische koudemiddelen ook aanzienlijke besparingen realiseren op hun energierekening. Het is daarom van belang om een goede berekening te maken van het meest effectieve koudemiddel.’
 

 
Terug naar het overzicht