PED-regelgeving

De vernieuwde Pressure Equipment Directive (2014/68/EU) is in Nederland sinds 19 juli 2016 van kracht. Op enkele uitzonderingen na dient nieuwe drukapparatuur met een maximale druk van meer dan 0,5 bar(g), alsmede reparaties/modificaties aan bestaande installaties, vanaf deze datum te voldoen aan deze richtlijn. De fabrikant is er verantwoordelijk voor dat de gefabriceerde producten voldoen aan de essentiële veiligheidseisen van de Richtlijn drukapparatuur. Met het aanbrengen van de CE-markering maakt de fabrikant kenbaar dat het product voldoet aan alle geldende productrichtlijnen.

Consequenties voor koeltechnische installateur

Een drukapparaat kan bestaan uit een enkel drukvat, maar ook uit een samenstel van drukvaten en leidingen. Degene die door het samenstellen van drukvaten en leidingen er een functioneel geheel van maakt, wordt door de PED gezien als de fabrikant van het samenstel. In de koeltechniek zal dit in de meeste gevallen de installateur zijn, omdat die de diverse appendages en leidingen samenbouwt.

Alle componenten in een nieuwe airconditioninginstallatie (drukvaten, installatieleidingen, veiligheids­appendages) worden ingedeeld in (risico)categorieën. De PED maakt onderscheid tussen categorie I, II, III en IV. Apparaten die door geringe druk of inhoud niet in een van de categorieën zijn in te delen, vallen onder artikel 4 lid 3 en daarmee buiten de PED. De beoordeling van een samenstel wordt bepaald door de appendage of leiding met de hoogste categorie, met  uitzondering van de veiligheidspppendage van het systeem. Bij het bepalen van de categorie van de componenten wordt onderscheid gemaakt tussen drukvaten en leidingen.

De apparatuur van Mitsubishi Electric wordt in de markt gezet als subsamenstel. Dit houdt in dat Mitsubishi Electric zijn apparatuur al heeft ingedeeld in een categorie en laten beoordelen door een Aangemelde Keuringsinstantie (NoBo), TÜV Rheinland. Deze beoordeling heeft alleen  betrekking op de geleverde apparatuur en niet op aan te brengen leidingen en wijze van monteren door de installateur.

Voor de beoordeling van een samenstel die behoort tot categorie II of hoger dient de installateur zelf een overeenstemmingsbeoordeling aan te vragen bij een NoBo. Samenstellen die vallen onder artikel 4 lid 3 of behoren tot categorie I hebben geen bemoeienis van een NoBo. Echter, installaties van categorie I dienen wel te voldoen aan dezelfde essentiële veiligheidseisen als samenstellen uit de hogere categorieën.

Als bewijs dat installaties die behoren tot categorie II, III of IV door een NoBO volgens de voor­geschreven procedure is beoordeeld, dient de door de installateur aangebrachte CE-markering gevolgd te worden door het identificatienummer van deze aangemelde instantie. Verder geeft de installateur een EG-Verklaring van Overeenstemming af voor het hele samenstel en levert bij de installatie een gebruikershandleiding in de taal van het land waar de installatie wordt geïnstalleerd.

Indeling van de apparatuur van Mitsubishi Electric

RAC en Mr. Slim

Alle units in de RAC- en Mr. Slim-serie vallen onder artikel 4 lid 3 of categorie I. Conform de PED volstaat in deze categorie een conformiteitverklaring ten behoeve van de laagspanningsrichtlijn. Deze zijn bij Alklima op te vragen of te downloaden.

City Multi VRF

De buitenunits vallen in categorie I of II, de categorie staat bij de specificaties van de buitenunits vermeld. De conformiteitverklaringen zijn bij Alklima op te vragen of te downloaden op onze website www.alklima.nl.

Alle binnenunits vallen in artikel 4 lid 3. Conform de PED volstaat in deze categorie een conformiteitverklaring ten behoeve van de laagspanningsrichtlijn. Deze zijn bij Alklima op te vragen of te downloaden op onze website.

Technische Documentatie ten behoeve van Typekeur

Alle apparatuur van Mitsubishi Electric is ingedeeld in een categorie en beoordeeld door een Notified Body (NoBo). Deze beoordeling heeft alleen betrekking op de apparatuur. Voor een beoordeling van een samenstel die behoort tot categorie II of hoger dient de installateur zelf een overeenstemmingsbeoordeling aan te vragen bij een NoBo.

Een onderdeel van deze beoordeling is Technische documentatie. Alklima B.V. zal aan de hand van een door de installateur uitgevoerd project of uit te voeren project voorzien in de technische documentatie van het betreffende project.

Hierna dient een NoBo een typeonderzoek uit te voeren op deze installatie. Bij goedkeuring krijgt de installateur ‘Typekeur’. De installatie krijgt een CE-markering waarmee aangetoond is dat de installatie voldoet aan de gestelde eisen van de PED. Met het behalen van de typekeur mag de installateur de CE-markering toepassen op installaties van dezelfde categorie. Elke volgende installatie wordt gemeld aan de NoBo. Steekproefsgewijs zal afhankelijk van de NoBo een aantal installaties bezocht en gecontroleerd worden.

Keuring voor Ingebruikneming

Airconditioninginstallaties met chemische koudemiddelen moeten vanaf categorie III een Keuring voor Ingebruikneming ondergaan. De eigenaar/gebruiker van de installatie is zelf verantwoordelijk voor het laten uitvoeren van deze keuring en dient dit daarom zelf aan te vragen bij een Aangewezen Keurings Instelling (AKI) van zijn keuze. Wel dient de fabrikant/ installateur de eigenaar te wijzen op deze verplichting.

In de meeste gevallen kan de NoBo ook optreden als AKI. Bij de Keuring voor Ingebruikneming zal de keuringsinstelling naast de plaats van opstelling en beveiligingen van de installatie, ook de door de fabrikant (installateur) meegeleverde documentatie beoordelen. Of een installatie in categorie III of IV valt en dus een KvI dient te ondergaan is terug te vinden op de bij de installatie horende EG­Verklaring van Overeenstemming.

Een ander gevolg van de wijziging van het Besluit drukapparatuur is dat alle nieuwe Airconditioninginstallaties vanaf categorie III voortaan ook periodiek herkeurd dienen te worden.

Voor meer informatie belt u met Alklima.